THRACIE, 'Sarakatsana'
     

Sarakatsana uit Thracie.

Het Sarakatsanakostuums dat wordt getoond op deze foto's is afkomstig de provincie Thracië.
De Sarakatsanes waren Griekse veehoudende nomaden. Hun leefgebied liep van Azië Minor tot de Peleponnos in Griekenland.

Karakteristiek voor Saratkatsani van Thracië is de donkere kleur en de symetrische borduur- (mouwen) en brei- (sokken en beenwarmers) en weefpatronen. Het kostuum is erg zwaar van gewicht en ziet er erg pompeus uit. De dracht is duidelijk gemaakt om indruk te maken.
De vrouwen maakte het hele kostuum van geitehaar zelf. Zij kochten alleen de schoenen (tsarouchia), het leer voor de riem (zona) en het lint waarmee zij het kostuum versierden. Mn. het zeer kostbare heilige zilveren of gouden lint met de ingeweven druiventrossen en korenaren is terug te vinden op bijna ieder onderdeel van het kostuum.

Op het lichaam droegen zij het hemd (favella) met de losse mouwen. Daarover de witte geborduurde overhemd (poukamiso) met geborduurde wijde mouwen, waarvan de gehaakte witte onderkant onder de plooirok uitkomt.
De wijde geplooide rok (langiolia) heeft altijd 40 plooien, is versierd is met lint en vastgezet aan het 1e Vest (tzoumandani). De schort (panaoula) wordt vervolgens aan het 1e vestje vastgemaakt. De onderkant van de schort moet gelijk zijn aan de zoom van de plooirok.

Om het middel gaat de brede heupband, die sluit aan de rechterkant (de rechterpunt over de linkerpunt). De heupband wordt weer op zijn plaats gehouden door een leren band met een zilveren gesp (porpes).

Daarna wordt het tweede vestje (kondossi) aangetrokken. Als laatste wordt de nek gedecoreerd met een gehaakte kraag (petseta/dantellenia).

Aan de voeten komen donkere wollen beenwarmers (patounes/tsourapia) met bijpassende gebreide sokken met ingebreide symetrische patronen. en tsarouchia met bollen.

Het haar wordt gedragen met een scheiding in het midden en gevlochten in twee vlechten, die in een krans (tulband) op het hoofd worden gelegd.
Op het haar wordt de grote gebreide zwarte hoofddoek bevestigd, waaraan de Sarakatsani hun naam te danken hebben. De twee zijpunten van de in een driehoek gevouwen hoofdoek mogen naar benedenhangen of rond het hoofd geknoopt (acht).
De doek is versierd met een broche. De oorbellen wordt op de slapen aan de doek bevestigd.

Tips aankleding: het haar mag niet loshangen!

 

 

 


Copyright © Stichting Pigasos
All rights reserved